“Nederland pluimveeland, de proeftuin van de wereld?!!” was het thema van het Nationaal Pluimveecongres 2017. Het congres vond op 10 mei plaats in de Jaarbeurs in Utrecht en trok ruime belangstelling. Door belichting van zowel trends in de producenten- en consumentenmarkt werd gekeken naar de toekomst van de Nederlandse pluimveehouderij en werd de conclusie getrokken dat intensieve samenwerking nodig is om onze voortrekkersrol te behouden.

 Door Wiebe van der Sluis,Rooster45

Waar gaan we met de pluimveehouderij naar toe? Dat is een boeiende vraag voor velen. Als we de berichtgeving in Trouw mogen geloven, zo begon DPC voorzitter Jan Wolleswinkel  in zijn openingswoord van het Nationaal Pluimveecongres 2017, dan gaat het op dit punt bij de huidige kabinetsformatie alleen maar over maximalisering van aantallen dieren per bedrijf. Voor sommige partijen is dat een breekpunt, en terecht zo benadrukte Eric Hubers, voorzitter LTO/NOP, in de discussie aan het slot van het congres. Het moet volgens hem niet gaan over aantallen maar over emissie en CO2. Doen we dat niet dan komt het voortbestaan van veel bedrijven in gevaar.

Proeftuin van de wereld

De pluimveesector is reeds geruime tijd actief om een emissie arme sector te worden en daarvoor is binnen de sector een breed draagvlak. Hubers zou graag zien dat de politiek nou eens een keer het economisch belang van de sector erkent en de inzet om tot gezonde productiemethoden te komen beloont.

De Nederlandse pluimveesector is als het om duurzame (productie)technologie gaat  een proeftuin en de innovatiemotor van de wereldwijde pluimvee-industrie. Die voortrekkersrol vraagt om een kritische massa en die staat door de huidige politieke opstelling onder druk. Het mag volgens Hubers best eens worden onderkend t dat onze totale pluimveesector goed is voor een omzet van 5,4 miljard euro per jaar. Daarom moeten we volgens hem er voor zorgen dat het publiek, de politiek en maatschappelijke groeperingen dat weten, wellicht dat ze dan anders gaan acteren. Hubers pleit er dan ook voor om gezamenlijk op te trekken in de discussie over fijnstof en geur. Dan zijn verdere innovaties voor de sector mogelijk  en is voldoende omzet voor de toekomst zeker te stellen.

Uitdagingen

Een belangrijke rol in de ontwikkelingen van pluimveehouderij is toebedeeld aan voerleverancier “De Heus”. CEO van Koninklijke De Heus, Co de Heus liet in zijn presentatie zien dat de Nederlandse voedingsbodem tot internationaal succes kan leiden. Zijn beschouwing over wereldwijde trends en ontwikkelingen in de slachtkuikensector liet zien hoe belangrijk pluimveevlees en eieren zijn in de voorziening van dierlijk eiwit voor de humane voedselketen.

Internationaal neemt volgens De Heus de vraag naar pluimveevlees de komende jaren sterk toe.  Gelijkertijd neemt de wereldbevolking toe en de  oppervlakte aan bruikbare landbouwgrond af. Dit zorgt voor uitdagingen van de pluimveesector, waarbij bijzondere eisen worden gesteld ten aanzien van efficiëntie.  Eisen die nog eens gecompliceerder worden door de zorgen van de consument en politiek over dierwelzijn en milieu.

De Heus levert wereldwijd jaarlijks ruim 6,5 miljoen ton diervoeders aan tevreden klanten. Meer dan 3,0 miljoen ton hiervan is bestemd voor de dagelijkse voeding van 175 miljoen vleeskuikens en 35 miljoen legkippen. Daartoe kiest het internationaal operend veevoerbedrijf voor samenwerking in de keten en niet voor een centraal door hen geregisseerde integratie. Zelfstandigheid van alle  schakels in de keten  zorgt er volgens De Heus voor dat iedere schakel  scherp, sterk en gezond blijft. Niettemin  gaat het bedrijf de komende jaren veel energie steken in ketenoptimalisatie door het gebruik van big-data. Voorwaarde daarbij is wel dat iedereen openheid van zaken betracht en elkaar als partner ziet en niet als concurrent. Transparantie en uitwisseling van informatie zorgt voor vertrouwen, een beter bedrijfsinzicht en voor verbeteringen in het productieproces.  Hier ligt, zo zegt De Heus, voor ons een mooie uitdaging om uit te groeien tot een Europese marktleider zoals Brasil Foods in  Zuid Amerika, Tyson in de VS en CP in Azië. We hebben in dat verband mee dat  de vraag naar pluimveevlees nog steeds toeneemt en dat we in Nederland zeer duurzaam produceren.  Dat laatste aspect blijft naar de mening van Co de Heus onderbelicht.

We mogen trots zijn

Ook Martijn Rol, sector specialist Food bij Rabobank Nederland, benadrukte dat we trots mogen zijn op onze voedingsmiddelen industrie en dan in het bijzonder de primaire sector.  Naar zijn zeggen draagt de Agro&Food sector 10% bij aan de nationale economie en werkgelegenheid. Mondiaal is deze sector zelfs een groeimarkt omdat de voedselbestedingen tot 2030 met 70% zullen groeien en de vraag naar voedsel tot 2050 met minimaal 60%. Die groei zal gepaard gaan met grote veranderingen in consumenten voorkeuren en koopgedrag.  

De traditionele keten staat onder druk, wat vooral zichtbaar is in het snel veranderende winkellandschap. De winkeltrouw neemt af en de consument is steeds minder voorspelbaar.  Daardoor is het middensegment van de retailers in de problemen geraakt. De consument kiest voor de dagelijkse behoeften voor goedkoop en voor bijzondere gelegenheden is die  bereid extra geld uit te geven voor een positieve beleving, zoals in het weekend duur uit eten.

Daarnaast zien we volgens Rol een duidelijke verschuiving naar gemak maximalisatie in de vorm van To Go, thuisbezorging en foodservice. Veel bedrijven trachten daarom door slim ondernemerschap een tegenreactie  in beleving in gang te zetten in de vorm van ‘blurring’. Dit zijn innovatieve concept combinaties tussen retail en horeca, waarbij de harde klassieke scheiding tussen deze twee vervaagt. Food is, zo zegt Rol, onderdeel van de lifestyle geworden. Daarbij is de macht aan het verschuiven van de traditionele keten naar big data en verandert ook het contact tussen consument en primaire producent. De consument vraagt om transparantie en onvoorwaardelijk vertrouwen in product veiligheid. Dat biedt mogelijkheden voor het ontwikkelen van nieuwe productconcepten zoals regionale producten, producten met toegevoegde waarde, premium producten, gezondheidsvoedsel, fast-food, etc. Zo’n ontwikkeling hoeft volgens de Rabobank deskundige niet ten koste van de standaard productie te gaan, maar het kan iets toevoegen aan een duurzame pluimveehouderij in Nederland.

Informatie-uitwisseling noodzakelijk

Voorbeelden van innoverend ondernemerschap in de pluimveehouderij zijn Erik Weel en Wim Thomassen. Zij gaven een presentatie over respectievelijk “De exploitatie van een bioscoop en het houden van vleeskuikens hebben veel gemeen” en “De kippen niet aan de wilgen hangen”.

Noord-Hollander Erik Weel ziet veel overeenkomsten tussen het runnen van een bioscoop en een vleeskuikenbedrijf. Er zijn in Nederland 629 vleeskuikenbedrijven en zo’n 250 bioscopen en ze zijn beide in sterke mate afhankelijk van de maïsprijs. Daarbij moet worden gezegd, zo begon  Weel zijn voordracht , dat de bruto marge van popcorn aanmerkelijk hoger ligt dan die van kip. In beide bedrijfstakken heeft hij voortdurende discussies over in- en verkoopprijzen. De uiteindelijke beslissingen worden bij beide genomen op basis van kengetallen, want de bottom line is – hou je er iets aan over en heb je plezier en een positieve beleving in je werk. Opmerkelijk in deze vergelijking is volgens Weel dat in de bioscoopwereld de informatie-uitwisseling op hoog peil staat. Ik weet bijvoorbeeld morgen al hoeveel mensen vanavond in de bioscoop van de buurman zijn geweest. In pluimveeland ligt het met de data uitwisseling nogal anders en moet er nog veel gebeuren. Je weet wellicht hoe je het zelf doet, maar je hebt geen vergelijking en je kunt daar niet van leren hoe je het beter kunt doen. Ik weet, zo ging Weel verder, dat we in pluimveeland door de vele regeltjes niet alles zelf in de hand hebben, maar we moeten meer feeling met de maatschappij hebben en de contacten met de overheid verbeteren. Daardoor weet je eerder wat er speelt en gaat gebeuren waardoor je er eerder op in kunt spelen. Onze sector is innovatief en omdat dat leuk is moeten we er ook van genieten.

Meerwaarde door samenwerking

Als eigenaar van biologische zorgboerderij “De Beleving” is Wim Thomassen nauw betrokken bij de coöperatieve vereniging “Biomeerwaarde Ei”, de grootste aanbieder van biologische eieren in Nederland.  De coöperatie is ontstaan toen steeds meer biologische eieren op de markt kwamen en er behoefte ontstond om voor deze eieren in een groeiende markt een beter prijs te bedingen. Verschillende aanbieders realiseerden zich toen dat ze samen meer zouden kunnen bereiken dan alleen. “Na de oprichting van een coöperatie zetten we nu ongeveer 25% van de Nederlandse biologische eieren af tegen een marktconforme prijs”, zo vertelde Thomassen. “Deze prijs is transparant en wordt inmiddels steeds meer gezien als een notering.”

Biomeerwaarde Ei stelt jaarlijks een uitbetalingprijs vast, maar geen prijs voor meerdere jaren. Dat laatste zit ons, zo zei Thomassen, nog al eens in de weg, want de banken willen van onze leden graag zekerheid voor meerdere jaren. En die kunnen ook wij niet geven, daarvoor is de consumenten- en grondstoffenmarkt te onvoorspelbaar en zijn we te afhankelijk van natuurlijke invloeden zoals het weer en diergezondheid (bijvoorbeeld vogelgriep). In dat kader werkt de coöperatie aan een verzekering tegen de gevolgen van dierziektes.

Thomassen ziet een goede toekomst voor Biomeerwaarde EI en hoopt op nog meer samenwerking zowel binnen de coöperatie als met andere partners in de keten. “We zullen meer werken aan de naamsbekendheid van Biomeerwaarde en moeten ons duidelijker onderscheiden richting de pluimveehouder en afnemer. We geloven in samenwerking en beseffen dat als we echt wat willen bereiken we minstens één stap buiten onze comfort zone moeten zetten”. Met deze woorden sloot Wim Thomassen niet allen zijn inleiding af maar gaf hij ook de kern van de boodschap van het congres weer.

Samen optrekken

Gedurende de afsluitende discussie werd benadrukt dat de kwetsbaarheid van de pluimveehouderij bij de primaire bedrijven ligt en dat alleen door samenwerking innovaties ingang kunnen worden gezet die tegemoet komen aan de snelveranderende maatschappelijke en consumenten voorkeuren. Evenwel moet het voor de regelgevers en NGO’s ook duidelijk zijn dat investeringen door nieuwe regels betaald moeten kunnen worden en dat die investeringen een zekere terugverdientijd vergen. Daarom moeten alle geledingen binnen de pluimveesector gezamenlijk optrekken om er voor te zorgen dat de primaire sector goed voor het voetlicht komt zodat een gezonde toekomst mogelijk wordt. Gert-Jan Oplaat van Nepluvi, nodigde daartoe tot slot alle belanghebbenden uit om gezamenlijk op te trekken in de promotie van de pluimveesector zoals de campagne KipinNederland.

Kijk hier een korte video impressie https://www.youtube.com/watch?v=b0AegIRkTKg

 

©2015 Dutch Poultry Centre