Op 21 juni 2017 organiseren het Dutch Poultry Centre (DPC), de VIV worldwide en de Netherlands - African Business Council (NABC) het Pluimvee in Oost-Afrika event. Dit event zal Nederlandse pluimvee bedrijven informeren over de pluimvee industrie in Oost-Afrika. Aanwezig zijn de ambassadeur van Oeganda, Mirjam Blaak Sow, en de ambassadeur van Rwanda, Jean Pierre Karabaranga. Tijdens het event worden de eerste bevindingen gedeeld van de studie over de pluimvee industrie in Oost-Afrika uitgevoerd door WUR en NABC in opdracht van het Food & Business Knowledge Platform (FKBP). Daarnaast delen VIV worldwide en NABC informatie over de Poultry Africa 2017 Expo & Leadership Conference en de pluimvee handelsmissie naar Oeganda en Rwanda.

Programma

13:00 – 13:30 Registratie

13:30 – 13:40 Welkom door DPC, VIV worldwide en NABC

13:40 – 14:00 Speech door de ambassadeur van Rwanda

14:00 – 14.20 Speech door de ambassadeur van Oeganda

14:40 – 14:50 Poultry Africa 2017 expo en leadership conference & Pluimvee handelsmissie naar Oeganda en Rwanda

14:50 – 15:00  Korte pauze

15:00 – 15:20 Studie door WUR & NABC in opdracht van het FKBP: Pluimvee in Oost-Afrika

15:20 – 15:40 Business case: voerfabriek in Rwanda

15:40 – 16:00 Business case: boerderij in Oeganda

16:00 – 16:15  Vragen en afsluiting

U kunt zich aanmelden via deze link: http://fd2.formdesk.com/dutchpoultrycentre/aanmeldingpoultryeastafrica

 

“Nederland pluimveeland, de proeftuin van de wereld?!!” was het thema van het Nationaal Pluimveecongres 2017. Het congres vond op 10 mei plaats in de Jaarbeurs in Utrecht en trok ruime belangstelling. Door belichting van zowel trends in de producenten- en consumentenmarkt werd gekeken naar de toekomst van de Nederlandse pluimveehouderij en werd de conclusie getrokken dat intensieve samenwerking nodig is om onze voortrekkersrol te behouden.

 Door Wiebe van der Sluis,Rooster45

Waar gaan we met de pluimveehouderij naar toe? Dat is een boeiende vraag voor velen. Als we de berichtgeving in Trouw mogen geloven, zo begon DPC voorzitter Jan Wolleswinkel  in zijn openingswoord van het Nationaal Pluimveecongres 2017, dan gaat het op dit punt bij de huidige kabinetsformatie alleen maar over maximalisering van aantallen dieren per bedrijf. Voor sommige partijen is dat een breekpunt, en terecht zo benadrukte Eric Hubers, voorzitter LTO/NOP, in de discussie aan het slot van het congres. Het moet volgens hem niet gaan over aantallen maar over emissie en CO2. Doen we dat niet dan komt het voortbestaan van veel bedrijven in gevaar.

Proeftuin van de wereld

De pluimveesector is reeds geruime tijd actief om een emissie arme sector te worden en daarvoor is binnen de sector een breed draagvlak. Hubers zou graag zien dat de politiek nou eens een keer het economisch belang van de sector erkent en de inzet om tot gezonde productiemethoden te komen beloont.

De Nederlandse pluimveesector is als het om duurzame (productie)technologie gaat  een proeftuin en de innovatiemotor van de wereldwijde pluimvee-industrie. Die voortrekkersrol vraagt om een kritische massa en die staat door de huidige politieke opstelling onder druk. Het mag volgens Hubers best eens worden onderkend t dat onze totale pluimveesector goed is voor een omzet van 5,4 miljard euro per jaar. Daarom moeten we volgens hem er voor zorgen dat het publiek, de politiek en maatschappelijke groeperingen dat weten, wellicht dat ze dan anders gaan acteren. Hubers pleit er dan ook voor om gezamenlijk op te trekken in de discussie over fijnstof en geur. Dan zijn verdere innovaties voor de sector mogelijk  en is voldoende omzet voor de toekomst zeker te stellen.

Uitdagingen

Een belangrijke rol in de ontwikkelingen van pluimveehouderij is toebedeeld aan voerleverancier “De Heus”. CEO van Koninklijke De Heus, Co de Heus liet in zijn presentatie zien dat de Nederlandse voedingsbodem tot internationaal succes kan leiden. Zijn beschouwing over wereldwijde trends en ontwikkelingen in de slachtkuikensector liet zien hoe belangrijk pluimveevlees en eieren zijn in de voorziening van dierlijk eiwit voor de humane voedselketen.

Internationaal neemt volgens De Heus de vraag naar pluimveevlees de komende jaren sterk toe.  Gelijkertijd neemt de wereldbevolking toe en de  oppervlakte aan bruikbare landbouwgrond af. Dit zorgt voor uitdagingen van de pluimveesector, waarbij bijzondere eisen worden gesteld ten aanzien van efficiëntie.  Eisen die nog eens gecompliceerder worden door de zorgen van de consument en politiek over dierwelzijn en milieu.

De Heus levert wereldwijd jaarlijks ruim 6,5 miljoen ton diervoeders aan tevreden klanten. Meer dan 3,0 miljoen ton hiervan is bestemd voor de dagelijkse voeding van 175 miljoen vleeskuikens en 35 miljoen legkippen. Daartoe kiest het internationaal operend veevoerbedrijf voor samenwerking in de keten en niet voor een centraal door hen geregisseerde integratie. Zelfstandigheid van alle  schakels in de keten  zorgt er volgens De Heus voor dat iedere schakel  scherp, sterk en gezond blijft. Niettemin  gaat het bedrijf de komende jaren veel energie steken in ketenoptimalisatie door het gebruik van big-data. Voorwaarde daarbij is wel dat iedereen openheid van zaken betracht en elkaar als partner ziet en niet als concurrent. Transparantie en uitwisseling van informatie zorgt voor vertrouwen, een beter bedrijfsinzicht en voor verbeteringen in het productieproces.  Hier ligt, zo zegt De Heus, voor ons een mooie uitdaging om uit te groeien tot een Europese marktleider zoals Brasil Foods in  Zuid Amerika, Tyson in de VS en CP in Azië. We hebben in dat verband mee dat  de vraag naar pluimveevlees nog steeds toeneemt en dat we in Nederland zeer duurzaam produceren.  Dat laatste aspect blijft naar de mening van Co de Heus onderbelicht.

We mogen trots zijn

Ook Martijn Rol, sector specialist Food bij Rabobank Nederland, benadrukte dat we trots mogen zijn op onze voedingsmiddelen industrie en dan in het bijzonder de primaire sector.  Naar zijn zeggen draagt de Agro&Food sector 10% bij aan de nationale economie en werkgelegenheid. Mondiaal is deze sector zelfs een groeimarkt omdat de voedselbestedingen tot 2030 met 70% zullen groeien en de vraag naar voedsel tot 2050 met minimaal 60%. Die groei zal gepaard gaan met grote veranderingen in consumenten voorkeuren en koopgedrag.  

De traditionele keten staat onder druk, wat vooral zichtbaar is in het snel veranderende winkellandschap. De winkeltrouw neemt af en de consument is steeds minder voorspelbaar.  Daardoor is het middensegment van de retailers in de problemen geraakt. De consument kiest voor de dagelijkse behoeften voor goedkoop en voor bijzondere gelegenheden is die  bereid extra geld uit te geven voor een positieve beleving, zoals in het weekend duur uit eten.

Daarnaast zien we volgens Rol een duidelijke verschuiving naar gemak maximalisatie in de vorm van To Go, thuisbezorging en foodservice. Veel bedrijven trachten daarom door slim ondernemerschap een tegenreactie  in beleving in gang te zetten in de vorm van ‘blurring’. Dit zijn innovatieve concept combinaties tussen retail en horeca, waarbij de harde klassieke scheiding tussen deze twee vervaagt. Food is, zo zegt Rol, onderdeel van de lifestyle geworden. Daarbij is de macht aan het verschuiven van de traditionele keten naar big data en verandert ook het contact tussen consument en primaire producent. De consument vraagt om transparantie en onvoorwaardelijk vertrouwen in product veiligheid. Dat biedt mogelijkheden voor het ontwikkelen van nieuwe productconcepten zoals regionale producten, producten met toegevoegde waarde, premium producten, gezondheidsvoedsel, fast-food, etc. Zo’n ontwikkeling hoeft volgens de Rabobank deskundige niet ten koste van de standaard productie te gaan, maar het kan iets toevoegen aan een duurzame pluimveehouderij in Nederland.

Informatie-uitwisseling noodzakelijk

Voorbeelden van innoverend ondernemerschap in de pluimveehouderij zijn Erik Weel en Wim Thomassen. Zij gaven een presentatie over respectievelijk “De exploitatie van een bioscoop en het houden van vleeskuikens hebben veel gemeen” en “De kippen niet aan de wilgen hangen”.

Noord-Hollander Erik Weel ziet veel overeenkomsten tussen het runnen van een bioscoop en een vleeskuikenbedrijf. Er zijn in Nederland 629 vleeskuikenbedrijven en zo’n 250 bioscopen en ze zijn beide in sterke mate afhankelijk van de maïsprijs. Daarbij moet worden gezegd, zo begon  Weel zijn voordracht , dat de bruto marge van popcorn aanmerkelijk hoger ligt dan die van kip. In beide bedrijfstakken heeft hij voortdurende discussies over in- en verkoopprijzen. De uiteindelijke beslissingen worden bij beide genomen op basis van kengetallen, want de bottom line is – hou je er iets aan over en heb je plezier en een positieve beleving in je werk. Opmerkelijk in deze vergelijking is volgens Weel dat in de bioscoopwereld de informatie-uitwisseling op hoog peil staat. Ik weet bijvoorbeeld morgen al hoeveel mensen vanavond in de bioscoop van de buurman zijn geweest. In pluimveeland ligt het met de data uitwisseling nogal anders en moet er nog veel gebeuren. Je weet wellicht hoe je het zelf doet, maar je hebt geen vergelijking en je kunt daar niet van leren hoe je het beter kunt doen. Ik weet, zo ging Weel verder, dat we in pluimveeland door de vele regeltjes niet alles zelf in de hand hebben, maar we moeten meer feeling met de maatschappij hebben en de contacten met de overheid verbeteren. Daardoor weet je eerder wat er speelt en gaat gebeuren waardoor je er eerder op in kunt spelen. Onze sector is innovatief en omdat dat leuk is moeten we er ook van genieten.

Meerwaarde door samenwerking

Als eigenaar van biologische zorgboerderij “De Beleving” is Wim Thomassen nauw betrokken bij de coöperatieve vereniging “Biomeerwaarde Ei”, de grootste aanbieder van biologische eieren in Nederland.  De coöperatie is ontstaan toen steeds meer biologische eieren op de markt kwamen en er behoefte ontstond om voor deze eieren in een groeiende markt een beter prijs te bedingen. Verschillende aanbieders realiseerden zich toen dat ze samen meer zouden kunnen bereiken dan alleen. “Na de oprichting van een coöperatie zetten we nu ongeveer 25% van de Nederlandse biologische eieren af tegen een marktconforme prijs”, zo vertelde Thomassen. “Deze prijs is transparant en wordt inmiddels steeds meer gezien als een notering.”

Biomeerwaarde Ei stelt jaarlijks een uitbetalingprijs vast, maar geen prijs voor meerdere jaren. Dat laatste zit ons, zo zei Thomassen, nog al eens in de weg, want de banken willen van onze leden graag zekerheid voor meerdere jaren. En die kunnen ook wij niet geven, daarvoor is de consumenten- en grondstoffenmarkt te onvoorspelbaar en zijn we te afhankelijk van natuurlijke invloeden zoals het weer en diergezondheid (bijvoorbeeld vogelgriep). In dat kader werkt de coöperatie aan een verzekering tegen de gevolgen van dierziektes.

Thomassen ziet een goede toekomst voor Biomeerwaarde EI en hoopt op nog meer samenwerking zowel binnen de coöperatie als met andere partners in de keten. “We zullen meer werken aan de naamsbekendheid van Biomeerwaarde en moeten ons duidelijker onderscheiden richting de pluimveehouder en afnemer. We geloven in samenwerking en beseffen dat als we echt wat willen bereiken we minstens één stap buiten onze comfort zone moeten zetten”. Met deze woorden sloot Wim Thomassen niet allen zijn inleiding af maar gaf hij ook de kern van de boodschap van het congres weer.

Samen optrekken

Gedurende de afsluitende discussie werd benadrukt dat de kwetsbaarheid van de pluimveehouderij bij de primaire bedrijven ligt en dat alleen door samenwerking innovaties ingang kunnen worden gezet die tegemoet komen aan de snelveranderende maatschappelijke en consumenten voorkeuren. Evenwel moet het voor de regelgevers en NGO’s ook duidelijk zijn dat investeringen door nieuwe regels betaald moeten kunnen worden en dat die investeringen een zekere terugverdientijd vergen. Daarom moeten alle geledingen binnen de pluimveesector gezamenlijk optrekken om er voor te zorgen dat de primaire sector goed voor het voetlicht komt zodat een gezonde toekomst mogelijk wordt. Gert-Jan Oplaat van Nepluvi, nodigde daartoe tot slot alle belanghebbenden uit om gezamenlijk op te trekken in de promotie van de pluimveesector zoals de campagne KipinNederland.

Kijk hier een korte video impressie https://www.youtube.com/watch?v=b0AegIRkTKg

 

Elke vier jaar is er een Conferentie van de Europese Federatie van de WPSA.

De volgende conferentie vindt plaats in 2018 in Kroatië (EPC2018). Daar wordt beslist over het land dat de conferentie in 2022 zal organiseren. Het aantal deelnemers aan de Europees Conferentie is meestal  tussen 1000 en 1500 personen. Dit betreft pluimveewetenschappers, maar ook vooraanstaande mensen uit het Europese pluimveebedrijfsleven in de breedste zin van het woord. De WPSA Nederland overweegt zich kandidaat te stellen voor de conferentie in 2022 (EPC2022).

Dat vereist een flinke inspanning, zowel fysiek als financieel. Het bestuur van de WPSA moet keiharde toezeggingen hebben vanuit het bedrijfsleven voor wat betreft interesse alsook financiële steun. Zonder die steun kan het bestuur dit evenement niet organiseren. 

Voor bedrijven en instanties die bij de pluimveehouderij betrokken zijn is het een unieke gelegenheid zich op internationaal niveau te presenteren.

Het bestuur van de WPSA wil de interesse en steun voor het organiseren van EPC2022 in Nederland graag peilen, alvorens zich definitief kandidaat te stellen.

Wij nodigen u daarom graag uit voor een bespreking op: dinsdag 13 juni 2017 om 14.00 uur in het Pluimveemuseum in Barneveld.

Graag vernemen wij vóór 1 juni 2017 of u aan deze bespreking wilt deelnemen.

U kunt dat laten weten per e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

Op woensdag 10 mei 2017 zal door Dutch Poultry Centre het vierde Nationaal Pluimveecongres worden gehouden. Het thema is "NEDERLAND PLUIMVEELAND, PROEFTUIN VAN DE WERELD?"
Kan Nederland zijn leidende rol op het gebied van Innovatie en Ontwikkeling blijven waarmaken? Deze vraag zal worden behandeld door een aantal aansprekende inleiders, die met de alledaagse praktijk te maken hebben. Het congres vindt plaats in de Jaarbeurs in Utrecht op 10 mei 2017 van 12.00 uur tot 17.00 uur.

Programma

12.00  Ontvangst met lunch

13.30  Opening door Jan Wolleswinkel, voorzitter DPC

13.45  Co de Heus, CEO Koninklijke De Heus ,“Wereldwijde trends en ontwikkelingen in de vleeskuikensector”

14.25  Martijn Rol, sector specialist Rabobank, “De voedselketen in transitie”

15.05  Pauze

15.30  Erik Weel, vleeskuikenhouder en ondernemer, “De exploitatie van een bioscoop en het houden van vleeskuikens hebben veel gemeen”

15.45  Wim Thomassen, agrarisch ondernemer en directeur van de Coöperatie Biomeerwaarde – Ei, “De kippen niet aan de wilgen hangen”

16.00  Discussie

16.45  Afsluiting door  Eric Hubers, voorzitter LTO/NOP

17.00  Business borrel

Alle informatie over het congres vindt u op de officiële website van het congres: www.nationaalpluimveecongres.nl

Aanmelden kan via de link: https://www.aanmelder.nl/94349/subscribe

Graag tot ziens op het Nationaal Pluimveecongres 2017!

De tweejaarlijkse vakbeurs VIV Asia, gehouden van 15-17 maart in Bangkok, heeft ruim 45 duizend bezoekers getrokken. Meer dan 1000 bedrijven presenteerden daar hun service en producten in het prachtige vernieuwde BITEC complex. De loftuitingen over de organisatie en presentatie evenals over het aantal en niveau van de bezoekers deed de medewerkers van VNU Exhibitions (Jaarbeurs) zichtbaar goed. Veel DPC leden waren vertegenwoordigd op de beurs en lieten weten ook zeer tevreden te zijn met de resultaten.

Dutch Poultry Centre hield op de eerste dag van de beurs in samenwerking met FME (de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie) en het Ministerie van Economische Zaken een Holland seminar en een netwerkborrel voor de Nederlandse bedrijven. DPC presenteerde zich op VIV Asia samen met FME.  

The Dutch approach op Holland seminar.

Op de eerste dag van VIV Asia hield DPC in samenwerking met het FME en het Ministerie van Economische Zaken een Holland seminar met een zestal sprekers. De bijeenkomst stond onder voorzitterschap van DPC-voorzitter Jan Wolleswinkel en werd ingeleid door Dr. Aalt Dijkhuizen in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Dutch Topsector Agri&Food. Hij streeft naar een verbinding van business, wetenschap en overheid en promoot de Nederlandse Agri&food business in het buitenland.

Aalt Dijkhuizen benadrukte dat wij als klein land met kritische consumenten en veel productiebeperkingen te maken hebben en daardoor steeds weer naar oplossingen moeten zoeken om vooruit te komen. Die oplossingen kunnen voor veel landen een voorbeeld zijn om duurzame voedselproductiemethoden te implementeren.

Groeimarkten

In de komende twintig jaar zal wereldwijd de vraag naar vlees en eieren met 45% toenemen zo benadrukte Nan-Dirk Mulder van de Rabobank in zijn inleiding. Van die vraag zal 90% afkomstig zijn uit groeimarkten en 60% daarvan uit Azië, met China als grootste. Ondertussen bereiken steeds meer Aziatische landen een ontwikkelingsstadium waarin de consumenten kritischer worden op wat ze willen consumeren. Dit heeft gevolgen voor de samenstelling van hun voedselpakket als ook voor de eisen die aan de productie daarvan worden gesteld. Overal in Azië zien we dan ook volgens de Rabobank specialist een toename in de vraag en productie van pluimveevlees en eieren, met uitzondering van China. Hier hebben voedselschandalen en de vogelpest de vraag negatief beïnvloed. Dat is nu duidelijk merkbaar aan een dramatische daling van de import van ouderdieren. Toch voorziet Mulder dat de pluimveeindustrie in Zuid - Oost Azië van groeiende betekenis zal zijn voor de wereldwijde pluimveevlees consumptie en productie.

Een bedrijf dat daar een rol in speelt is De Heus. Azië manager Jan Cortenbach vertoeft al vele jaren in China en brengt de Nederlandse aanpak in dat land evenals in de buurlanden met succes in praktijk. Bij alle bedrijven waarbij zij betrokken zijn,  spelen voedselveiligheid, milieu en training van personeel een grote rol. Vooral dat laatste sluit goed aan op de lokale behoefte.

Werken op afstand

Management ondersteuning geeft ook de Britse pluimveedierenarts David Speller. Hij gebruikt Nederlandse technologie en monitored en begeleid op afstand dagelijks 3 miljoen kippen in de UK en 1,5 miljoen op bedrijven van Peru tot Australië. Dit biedt naar zijn zeggen grote voordelen omdat de kosten daarbij laag zijn en sneller kan worden ingegrepen als automatisch verkregen productiegegevens afwijkingen vertonen. In die zelfde lijn sprak ook Diederick Vetter van Hotraco. Zijn bedrijf heeft zich vooral toegelegd op het ontwikkelen van sturen en controle van productie op afstand. In zijn inleiding vestigde hij bovendien de aandacht op één van hun nieuwste ontwikkelingen: de rode mijt sensor en teller. Dit apparaat is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit van Wageningen en laat via de computer zien waar en hoeveel rode mijten er in de stal aanwezig zijn. Dit maakt het mogelijk snel en adequaat maatregelen te treffen voordat grote schade wordt aangericht.

Duurzaam

Bouke Hamminga van Pas Reform zette in een korte presentatie uiteen dat zij duurzaamheid hoog in het vaandel hebben. Dat komt tot uiting in de toepassing van energie en waterbesparing, het gebruik van zonne-energie, warmte wisselaars, enz. Veel aandacht besteedt het bedrijf aan traceability en data verwerking, waardoor  veel productiegegevens kunnen worden verwerkt om de efficiëntie van de broederij te vergroten. Om kuikens een goede start te geven,  hebben ze kunststof manden in gebruik genomen die de ontwikkeling van schimmels en bacteriën tegengaan. Bovendien verwacht Pas Reform later dit jaar met een voedingssupplement voor eendagskuikens te komen om kuikens direct na het uitkomen te voorzien van water en voer. Dit moet hen een betere start geven wat uitmondt in een hoge uniformiteit en een betere ontwikkeling van het maag-darmkanaal en immuniteit.

DPC ambassadeur Piet Simons kreeg tijdens het seminar de gelegenheid om zijn kijk op ontwikkelingen in de sector te delen met de aanwezigen. Daarbij concentreerde hij zich vooral op de eierensector, wat een mooie kans bood om in te gaan op de inhoud van het door hem geschreven en pas verschenen boek “Eisignalen”.

FRAmelco seminar

De dag voorafgaande aan VIV Asia hield FRAmelco een seminar over het onderwerp: “Viral Challenges in Monogastrics”. Om en nabij 100 belangstellenden uit allerlei Aziatische landen woonden de bijeenkomst bij. Naast Dr. John Carr (internationaal werkzame varkensdierenarts uit de UK) en Dr. Tanveer Ahmad Tabish (professor aan de Bakaddin Zakariya Universiteit in Multan, Pakistan) sprak Global Poultry Consultant Dr. Maarten van Gussem van Vetworks. Deze laatste gaf een uitgebreide uiteenzetting over “Viral Challenges in the Poultry industry”. De sprekers benadrukten de rol van voeding ter voorkoming van en de controle op virusinfecties. Vooral middenlange vetzuren (MCFA) zorgen naar zijn zeggen voor een goede darmgezondheid. Deze zuren stimuleren de opbouw van het immuunsysteem. Monochlyceriden zoals Alpha-monolaurin van FRAmelco, zijn volgens Van Gussem activer tegen pathogenen dan vrije vetzuren.

Tijdens de drukbezochte beurs kreeg FRAmelco veel aanloop en vervolgvragen op hun seminar.

©2015 Dutch Poultry Centre