Wageningen Livestock Research voert een inventarisatie uit naar de contacten op het gebied van de pluimveehouderij tussen Afghanistan en Nederland. Pluimvee is in Afghanistan een belangrijk onderdeel van de veehouderij en de sector groeit sterk, ondanks de moeilijke veiligheidssituatie die er nog heerst in diverse delen van het land.

De pluimveeketen is nog onvoldoende ontwikkeld in het land. Er is een tekort aan eendagskuikens, de voer voorziening is onregelmatig (kwantiteit en kwaliteit)  en de pluimvee gezondheidszorg laat nog veel te wensen over. Er is grote behoefte aan kennis en professionele materialen om de situatie te verbeteren.

De inventarisatie wordt gemaakt om een goede Nederlandse strategie te kunnen bepalen voor een verdere betrokkenheid bij de ontwikkeling van de pluimveesector in Afghanistan en te bepalen welke rol Nederlandse spelers uit de pluimveeketen kunnen spelen.

Als uw bedrijf contacten heeft met de pluimveesector in Afghanistan, vragen wij u dat door te  geven aan Adriaan Vernooij van Wageningen Livestock Research  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

Op 21 juni 2017 vond de jaarlijkse BBQ van DPC plaats. Dat deze bijeenkomst niet meer is weg te denken, bleek uit het grote aantal bezoekers. Meer dan 100 mensen gaven gehoor aan de uitnodiging.

Namens DPC heette Jan Wolleswinkel, voorzitter , iedereen van harte welkom. Een bijzonder woord van welkom was er voor  een groep vertegenwoordigers uit Afrika, die aansluitend aan de Afrika bijeenkomst eerder die middag, de BBQ bezochten .

Vervolgens kreeg Camille Janssen van Proagrica het woord. Op vrijdag 17 november aanstaande organiseert Proagrica de Agri & Food Carrière Dag (www.agrifoodcarrieredag.nl) in de Jaarbeurs in Utrecht.

Zij doen dit vanuit de overtuiging dat de Food&Agri sector een belangrijke sector is om carrière te maken. Zij werken samen met een aantal “groene” opleiders in NL en brengen daarmee (jonge) talenten en werkgevers/ opleiders bij elkaar. Er wordt tijdens een carrière- markt aan de jongeren een inhoudelijk programma aangeboden waarbij ze inspiratie kunnen opdoen in het Open Theater en het Innovatie theater. Verder kunnen ze hun CV laten pimpen en een Linkedin foto laten maken en gebruik maken van een coach waarvoor ze zich van te voren kunnen aanmelden.  Inmiddels hebben verschillende onderwijsinstellingen bevestigd dat zij het initiatief ondersteunen: WUR,  Wellant College en de HAS in Den Bosch.

DPC leden die op zoek zijn  naar (jong) talent en geïnteresseerd zijn in de Agri & Food Carrière Dag kunnen contact opnemen met Camille Janssen via het telefoonnummer: 06-10232916 of per email: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Na Camille was het de beurt aan Eric Hubers, voorzitter NOP/LTO om iets te vertellen over een van de vervolgstappen naar aanleiding van het DPC Rapport. Hij benadrukte dat samenwerken van levensbelang is. Het is uitermate belangrijk dat alle belanghebbenden in de sector hetzelfde verhaal vertellen. Avined en LTO staan voor een toonaangevende Pluimveesector.  Als je dat wilt zijn en blijven,  is er een sterke en verbonden sector nodig. Er zijn maatschappelijk krachten aan het werk die er voor zorgen dat de Pluimveesector bij de politiek onvoldoende aandacht krijgt en derhalve een imago probleem heeft.

Er is steun nodig voor de primaire sector om het imago probleem te verbeteren. Het is goed dat er initiatieven zijn om te komen met oplossingen voor het fijnstof probleem. Ook is de steun van de industrie nodig.

Jan Wolleswinkel bedankt de sprekers en nodigde iedereen uit om gebruik te maken van de BBQ. De gasten genoten van het eten en drinken en daarnaast was er volop ruimte om te netwerken.

 

Op woensdag 21 juni 2017 organiseerden DPC, NABC en de VIV onder het motto “Poultry in East Africa “ een bijeenkomst over de kansen en uitdagingen voor de Pluimveesector in Oost Afrika. Bijna 100 deelnemers waren op  deze meeting aanwezig. 

Ruwan Berculo van DPC en VIV  Worldwide  verwelkomde de gasten en sprekers. Afrika is een belangrijk continent  voor de Pluimveesector en biedt vele mogelijkheden. In het najaar zal in Kigali, hoofdstad van Rwanda door o.a.  de NABC een special event worden georganiseerd onder de titel Poultry Africa 2017.

Na de opening was het woord aan de ambassadeur  van Uganda, H.E. Mrs. Blaak Sow.

Uganda heeft een heel strategische ligging in de regio met goede klimatologische omstandigheden. Het land zelf heeft 35 miljoen inwoners, maar samen met de buurlanden is er een marktpotentie van 160 miljoen mensen. Er is een volledig open economie en een goed investeringsklimaat.

De Agro sector heeft een hoge prioriteit.  De pluimveesector wordt gekenmerkt door kleine bedrijven en er is behoefte aan investeringen in de sector.  Er liggen zeer goede mogelijkheden voor de pluimveebranche . Er is een grote vraag naar Poultry producten. De kansen voor Nederlandse bedrijven liggen vooral op het gebied van kennis en management. Er moet wel worden gewerkt aan de infrastructuur en de logistiek. Er zijn gunstige fiscale-  en import regelingen voor investeringen .

De ambassadeur van Rwanda, Mr. J.P. Karabaranga,  was de volgende spreker.  Rwanda is een land met veel heuvels en meren.  Er is een regering, die een “zero tollerance” beleid op het gebied van corruptie voert. Ook in Rwanda zijn er gunstige regelingen voor investeerders uit het buitenland . Zij willen met name groeien in de agrarische sector. Daarom worden initiatieven extra gefaciliteerd. Dit geldt ook voor de Pluimveesector.

Na de ambassadeur van Rwanda was het de beurt aan Ruwan Berculo om de toehoorders te wijzen op: Poultry Africa 2017. Deze bijeenkomst zal op 4 en 5 oktober 2017 worden gehouden in Kigali, hoofdstad van  Rwanda, het Singapore van Afrika. Afrika is zich sterk aan het ontwikkelen en biedt vele kansen voor de Nederlandse Poultry industrie. Op deze bijeenkomst worden 100.000 bezoekers verwacht .

Door de NABC, VIV en DPC wordt een Poultry Trade Mission georganiseerd naar Rwanda en Uganda. Er hebben zich al 16 deelnemers gemeld. Voor bedrijven die zaken doen met Afrika of plannen hebben in die richting is deze reis een “must”. Deze reis zal plaatsvinden in oktober 2017 rond de bijeenkomst POULTRY Africa 2017.

Adriaan Vernooij  van de Wageningen Universiteit deed vervolgens verslag van een studie die is gedaan over de Pluimvee ontwikkelingen in Oost Afrika. Doel van de studie is om de vooruitzichten van de sector in kaart te brengen in dit deel van Afrika en de mogelijkheden te onderzoeken voor Nederlandse bedrijven, die hun activiteiten willen richten op deze regio.

Geconcludeerd kan worden dat er veel potentie is voor de groei van de Pluimveesector in al zijn facetten..

Tenslotte werden de drie beste agrarische ondernemers uit Uganda voorgesteld. Opvallend is dat het drie vrouwen zijn, die voorstelden  aan de bezoekers en vertelden over hun activiteiten.

Zij gaven een aantal problemen aan, die deze onderneemsters tegen komen. Dit betreft de geringe omvang van de bedrijven, het gebrek aan kennis en de hoge import prijzen. Vooral het veevoer zorgt voor problemen. Zij willen graag weten of Nederlandse ondernemers  een oplossing kunnen bieden voor deze vraagstukken. Er is behoefte aan de import van producten tegen redelijk prijzen. Daarnaast is een efficiëntere productie en de verlaging van de kosten een grote uitdaging.

Uitbreiding van het aantal bedrijven en individuele groei zullen ongetwijfeld een goede invloed hebben op de resultaten.

Ruwan  bedankte iedereen voor hun aanwezigheid en inbreng en benadrukte nogmaals  dat er voor Nederlandse ondernemers, maar ook voor de Pluimveesector in Afrika veel kansen en mogelijkheden liggen.

De beelden die bij de presentaties zijn gebruikt kunt u terug zien op de site van Dutch Poultry Centre. 

 

DPC heet Cagemax BV welkom als nieuw lid!

Sinds 1997 is Cagemax een handelsbedrijf dat actief is in de in- en verkoop van hoogwaardige dierlijke eiwitten en vetten. Cagemax heeft deze handel succesvol opgezet en uitgebouwd door grote hoeveelheden te leveren aan verschillende grotere en kleinere pet food producenten. Naast de initiële focus op de pet food sector is Cagemax inmiddels ook actief in het leveren van dierlijke bijproducten, biologische bijproducten en afvalproducten in sectoren als de aqua feed, mengvoederindustrie, kunstmestindustrie en de energiesector.

Cagemax is zowel in staat om zijn producten direct vanaf de producent te leveren, als om dit te doen vanaf één van onze opslag- of overslagpanden welke zijn gelegen in de omgeving van het kantoor in Zaltbommel. Met de kennis, ervaring en uitgebreide en wereldwijde netwerk kan Cagemax niet alleen verschillende producten en kwaliteiten aanleveren, maar ook adviseren over marktontwikkelingen, veranderende wetgeving en andere ontwikkelingen binnen de sector.

Cagemax is en blijft een stabiel partner in de dynamische markt van de dierlijke bijproducten.

 

 

“Nederland pluimveeland, de proeftuin van de wereld?!!” was het thema van het Nationaal Pluimveecongres 2017. Het congres vond op 10 mei plaats in de Jaarbeurs in Utrecht en trok ruime belangstelling. Door belichting van zowel trends in de producenten- en consumentenmarkt werd gekeken naar de toekomst van de Nederlandse pluimveehouderij en werd de conclusie getrokken dat intensieve samenwerking nodig is om onze voortrekkersrol te behouden.

 Door Wiebe van der Sluis,Rooster45

Waar gaan we met de pluimveehouderij naar toe? Dat is een boeiende vraag voor velen. Als we de berichtgeving in Trouw mogen geloven, zo begon DPC voorzitter Jan Wolleswinkel  in zijn openingswoord van het Nationaal Pluimveecongres 2017, dan gaat het op dit punt bij de huidige kabinetsformatie alleen maar over maximalisering van aantallen dieren per bedrijf. Voor sommige partijen is dat een breekpunt, en terecht zo benadrukte Eric Hubers, voorzitter LTO/NOP, in de discussie aan het slot van het congres. Het moet volgens hem niet gaan over aantallen maar over emissie en CO2. Doen we dat niet dan komt het voortbestaan van veel bedrijven in gevaar.

Proeftuin van de wereld

De pluimveesector is reeds geruime tijd actief om een emissie arme sector te worden en daarvoor is binnen de sector een breed draagvlak. Hubers zou graag zien dat de politiek nou eens een keer het economisch belang van de sector erkent en de inzet om tot gezonde productiemethoden te komen beloont.

De Nederlandse pluimveesector is als het om duurzame (productie)technologie gaat  een proeftuin en de innovatiemotor van de wereldwijde pluimvee-industrie. Die voortrekkersrol vraagt om een kritische massa en die staat door de huidige politieke opstelling onder druk. Het mag volgens Hubers best eens worden onderkend t dat onze totale pluimveesector goed is voor een omzet van 5,4 miljard euro per jaar. Daarom moeten we volgens hem er voor zorgen dat het publiek, de politiek en maatschappelijke groeperingen dat weten, wellicht dat ze dan anders gaan acteren. Hubers pleit er dan ook voor om gezamenlijk op te trekken in de discussie over fijnstof en geur. Dan zijn verdere innovaties voor de sector mogelijk  en is voldoende omzet voor de toekomst zeker te stellen.

Uitdagingen

Een belangrijke rol in de ontwikkelingen van pluimveehouderij is toebedeeld aan voerleverancier “De Heus”. CEO van Koninklijke De Heus, Co de Heus liet in zijn presentatie zien dat de Nederlandse voedingsbodem tot internationaal succes kan leiden. Zijn beschouwing over wereldwijde trends en ontwikkelingen in de slachtkuikensector liet zien hoe belangrijk pluimveevlees en eieren zijn in de voorziening van dierlijk eiwit voor de humane voedselketen.

Internationaal neemt volgens De Heus de vraag naar pluimveevlees de komende jaren sterk toe.  Gelijkertijd neemt de wereldbevolking toe en de  oppervlakte aan bruikbare landbouwgrond af. Dit zorgt voor uitdagingen van de pluimveesector, waarbij bijzondere eisen worden gesteld ten aanzien van efficiëntie.  Eisen die nog eens gecompliceerder worden door de zorgen van de consument en politiek over dierwelzijn en milieu.

De Heus levert wereldwijd jaarlijks ruim 6,5 miljoen ton diervoeders aan tevreden klanten. Meer dan 3,0 miljoen ton hiervan is bestemd voor de dagelijkse voeding van 175 miljoen vleeskuikens en 35 miljoen legkippen. Daartoe kiest het internationaal operend veevoerbedrijf voor samenwerking in de keten en niet voor een centraal door hen geregisseerde integratie. Zelfstandigheid van alle  schakels in de keten  zorgt er volgens De Heus voor dat iedere schakel  scherp, sterk en gezond blijft. Niettemin  gaat het bedrijf de komende jaren veel energie steken in ketenoptimalisatie door het gebruik van big-data. Voorwaarde daarbij is wel dat iedereen openheid van zaken betracht en elkaar als partner ziet en niet als concurrent. Transparantie en uitwisseling van informatie zorgt voor vertrouwen, een beter bedrijfsinzicht en voor verbeteringen in het productieproces.  Hier ligt, zo zegt De Heus, voor ons een mooie uitdaging om uit te groeien tot een Europese marktleider zoals Brasil Foods in  Zuid Amerika, Tyson in de VS en CP in Azië. We hebben in dat verband mee dat  de vraag naar pluimveevlees nog steeds toeneemt en dat we in Nederland zeer duurzaam produceren.  Dat laatste aspect blijft naar de mening van Co de Heus onderbelicht.

We mogen trots zijn

Ook Martijn Rol, sector specialist Food bij Rabobank Nederland, benadrukte dat we trots mogen zijn op onze voedingsmiddelen industrie en dan in het bijzonder de primaire sector.  Naar zijn zeggen draagt de Agro&Food sector 10% bij aan de nationale economie en werkgelegenheid. Mondiaal is deze sector zelfs een groeimarkt omdat de voedselbestedingen tot 2030 met 70% zullen groeien en de vraag naar voedsel tot 2050 met minimaal 60%. Die groei zal gepaard gaan met grote veranderingen in consumenten voorkeuren en koopgedrag.  

De traditionele keten staat onder druk, wat vooral zichtbaar is in het snel veranderende winkellandschap. De winkeltrouw neemt af en de consument is steeds minder voorspelbaar.  Daardoor is het middensegment van de retailers in de problemen geraakt. De consument kiest voor de dagelijkse behoeften voor goedkoop en voor bijzondere gelegenheden is die  bereid extra geld uit te geven voor een positieve beleving, zoals in het weekend duur uit eten.

Daarnaast zien we volgens Rol een duidelijke verschuiving naar gemak maximalisatie in de vorm van To Go, thuisbezorging en foodservice. Veel bedrijven trachten daarom door slim ondernemerschap een tegenreactie  in beleving in gang te zetten in de vorm van ‘blurring’. Dit zijn innovatieve concept combinaties tussen retail en horeca, waarbij de harde klassieke scheiding tussen deze twee vervaagt. Food is, zo zegt Rol, onderdeel van de lifestyle geworden. Daarbij is de macht aan het verschuiven van de traditionele keten naar big data en verandert ook het contact tussen consument en primaire producent. De consument vraagt om transparantie en onvoorwaardelijk vertrouwen in product veiligheid. Dat biedt mogelijkheden voor het ontwikkelen van nieuwe productconcepten zoals regionale producten, producten met toegevoegde waarde, premium producten, gezondheidsvoedsel, fast-food, etc. Zo’n ontwikkeling hoeft volgens de Rabobank deskundige niet ten koste van de standaard productie te gaan, maar het kan iets toevoegen aan een duurzame pluimveehouderij in Nederland.

Informatie-uitwisseling noodzakelijk

Voorbeelden van innoverend ondernemerschap in de pluimveehouderij zijn Erik Weel en Wim Thomassen. Zij gaven een presentatie over respectievelijk “De exploitatie van een bioscoop en het houden van vleeskuikens hebben veel gemeen” en “De kippen niet aan de wilgen hangen”.

Noord-Hollander Erik Weel ziet veel overeenkomsten tussen het runnen van een bioscoop en een vleeskuikenbedrijf. Er zijn in Nederland 629 vleeskuikenbedrijven en zo’n 250 bioscopen en ze zijn beide in sterke mate afhankelijk van de maïsprijs. Daarbij moet worden gezegd, zo begon  Weel zijn voordracht , dat de bruto marge van popcorn aanmerkelijk hoger ligt dan die van kip. In beide bedrijfstakken heeft hij voortdurende discussies over in- en verkoopprijzen. De uiteindelijke beslissingen worden bij beide genomen op basis van kengetallen, want de bottom line is – hou je er iets aan over en heb je plezier en een positieve beleving in je werk. Opmerkelijk in deze vergelijking is volgens Weel dat in de bioscoopwereld de informatie-uitwisseling op hoog peil staat. Ik weet bijvoorbeeld morgen al hoeveel mensen vanavond in de bioscoop van de buurman zijn geweest. In pluimveeland ligt het met de data uitwisseling nogal anders en moet er nog veel gebeuren. Je weet wellicht hoe je het zelf doet, maar je hebt geen vergelijking en je kunt daar niet van leren hoe je het beter kunt doen. Ik weet, zo ging Weel verder, dat we in pluimveeland door de vele regeltjes niet alles zelf in de hand hebben, maar we moeten meer feeling met de maatschappij hebben en de contacten met de overheid verbeteren. Daardoor weet je eerder wat er speelt en gaat gebeuren waardoor je er eerder op in kunt spelen. Onze sector is innovatief en omdat dat leuk is moeten we er ook van genieten.

Meerwaarde door samenwerking

Als eigenaar van biologische zorgboerderij “De Beleving” is Wim Thomassen nauw betrokken bij de coöperatieve vereniging “Biomeerwaarde Ei”, de grootste aanbieder van biologische eieren in Nederland.  De coöperatie is ontstaan toen steeds meer biologische eieren op de markt kwamen en er behoefte ontstond om voor deze eieren in een groeiende markt een beter prijs te bedingen. Verschillende aanbieders realiseerden zich toen dat ze samen meer zouden kunnen bereiken dan alleen. “Na de oprichting van een coöperatie zetten we nu ongeveer 25% van de Nederlandse biologische eieren af tegen een marktconforme prijs”, zo vertelde Thomassen. “Deze prijs is transparant en wordt inmiddels steeds meer gezien als een notering.”

Biomeerwaarde Ei stelt jaarlijks een uitbetalingprijs vast, maar geen prijs voor meerdere jaren. Dat laatste zit ons, zo zei Thomassen, nog al eens in de weg, want de banken willen van onze leden graag zekerheid voor meerdere jaren. En die kunnen ook wij niet geven, daarvoor is de consumenten- en grondstoffenmarkt te onvoorspelbaar en zijn we te afhankelijk van natuurlijke invloeden zoals het weer en diergezondheid (bijvoorbeeld vogelgriep). In dat kader werkt de coöperatie aan een verzekering tegen de gevolgen van dierziektes.

Thomassen ziet een goede toekomst voor Biomeerwaarde EI en hoopt op nog meer samenwerking zowel binnen de coöperatie als met andere partners in de keten. “We zullen meer werken aan de naamsbekendheid van Biomeerwaarde en moeten ons duidelijker onderscheiden richting de pluimveehouder en afnemer. We geloven in samenwerking en beseffen dat als we echt wat willen bereiken we minstens één stap buiten onze comfort zone moeten zetten”. Met deze woorden sloot Wim Thomassen niet allen zijn inleiding af maar gaf hij ook de kern van de boodschap van het congres weer.

Samen optrekken

Gedurende de afsluitende discussie werd benadrukt dat de kwetsbaarheid van de pluimveehouderij bij de primaire bedrijven ligt en dat alleen door samenwerking innovaties ingang kunnen worden gezet die tegemoet komen aan de snelveranderende maatschappelijke en consumenten voorkeuren. Evenwel moet het voor de regelgevers en NGO’s ook duidelijk zijn dat investeringen door nieuwe regels betaald moeten kunnen worden en dat die investeringen een zekere terugverdientijd vergen. Daarom moeten alle geledingen binnen de pluimveesector gezamenlijk optrekken om er voor te zorgen dat de primaire sector goed voor het voetlicht komt zodat een gezonde toekomst mogelijk wordt. Gert-Jan Oplaat van Nepluvi, nodigde daartoe tot slot alle belanghebbenden uit om gezamenlijk op te trekken in de promotie van de pluimveesector zoals de campagne KipinNederland.

Kijk hier een korte video impressie https://www.youtube.com/watch?v=b0AegIRkTKg

 

©2015 Dutch Poultry Centre