Broeden en dieren
Vlees en eieren
Voer en additieven
Gezondheid
Huisvesting
Productverwerking
Dienstverlening

DPC bijeenkomst: "Landbouw 2050: sector moet zelf visie ontwikkelen"

Door de snel veranderende geopolitieke verhoudingen in de wereld heeft de veehouderij in Nederland en de EU een duidelijke toekomst visie nodig. Helaas ontbeert de Nederlandse regering aan leiderschap en kennis om die noodzakelijke visie te kunnen formuleren. Deze kritische woorden werden op woensdag 7 juli uitgesproken tijdens de eerste na-Corona bijeenkomst van het Dutch Poultry Centre in het Beatrix Theater in Utrecht.

Na ruim anderhalf jaar kon Jan Wolleswinkel op 7 juli weer eens de leden van het DPC begroeten. De corona pandemie liet na de Nieuwjaarsborrel in januari 2020 geen nieuwe activiteiten toe. Als voorzitter van het DPC was hij dan ook blij iedereen na alle beperkingen weer eens in levende lijve te zien tijdens het ontmoetingsmoment in het Beatrix Theater van de Jaarbeurs in Utrecht. Voor deze gelegenheid waren drie sprekers uitgenodigd met als thema ‘De Nederlandse Pluimveesector Toekomst Bestendig’. “De keuze om dit treffen op 7 juli te organiseren was omdat begin september al zo veel activiteiten zijn gepland waar velen van ons bij betrokken zijn” zo stelde Jan Wolleswinkel. “Bovendien zitten we intussen midden in een stikstof crisis met als dreiging dat de Nederlandse veestapel fors moet inkrimpen. Tegelijkertijd”, zo gaat Wolleswinkel verder, ”horen we van andere zijden dat ook al zou de veehouderij op nul uitstoot komen we nog te hoge stikstofconcentraties hebben als gevolg van de instroom via onze grenzen. Een schier onoplosbaar probleem wat te gemakkelijk op de veehouderij wordt afgeschoven. Het wordt tijd dat de overheid met een lange termijn visie komt waarmee de veehouderij vooruit kan.”

Daar is Prof. Dr. Rob de Wijk, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Universiteit Leiden en deskundige op het gebied van veiligheidszaken, als eerste spreker van de middag, het volkomen mee eens, maar heeft daarbij wel zijn bedenkingen.

De strijd om standaarden

“We leven nu in een periode waarin we worden geconfronteerd met een nieuwe geopolitieke strijd”, zo zei De Wijk.. “Dit leidt tot nationalisme, protectionisme en soevereinisme, met als gevolg Eurosceptisme en weerstand tegen handelsverdragen. Covid-19, ofwel de corona pandemie heeft dit alles versterkt net als het idee dat we zelfvoorzienend moeten zijn.”

We zitten in de 4de industriële revolutie, met sneller wordende internetverbindingen en kunstmatige intelligentie, waarin ieder een andere kijk op de wereld heeft en strijd om wie de sociale en industriële standaarden gaat bepalen. Daarnaast zijn er de politieke spanningen, zoals met Rusland en China. De daaruit voortgekomen sancties  veranderen het strategisch beleid van deze landen. En de drang om meer onafhankelijk te worden van import neemt toe. De agro-sector in die landen verandert. De behoefte aan technologie en verbeterde logistieke- en productiefactoren neemt sterk toe, waarbij wij ons moeten realiseren dat hun kijk op klimaatverandering anders is dan de onze. Rusland evenals China kijkt naar wat we in Europa aan het doen zijn en springen in het gat wat wij creëren, al hebben ze, volgens De Wijk, tijdens de corona crisis hun hand overspeeld.

Intussen slaat China zijn vleugels uit maar zit met een groot probleem, het ziet het binnenlandse landbouw areaal afnemen en de vraag naar voedsel toenemen. Daardoor kan het land niet zelfvoorzienend worden en is daarom op zoek naar en beheert inmiddels al veel landbouwgronden in verschillende delen van de wereld om daarmee hun toenemende behoefte aan voedsel zeker te stellen. Echter, zo zegt De Wijk,  tot nu toe lonen deze investeringen niet, veelal als gevolg van mismanagement en het ontbreken van kennis of acceptatie van locale (leef-)regels.

Hegemonie van China

China volgt al sinds 2016 een strategie om hun hegemonie in de wereld te verstevigen via investeringen in Afrika, Europa en Noord en Zuid Amerika en het aanbieden van steunpakketten. Ze verwachten met het ontwikkelen van nieuwe zijderoutes via land en zee, de ‘Belt & Road Initiative (BRI)’  naar deze landen  een handelsnetwerk te scheppen waarbij zij de centrale positie inneemt en soft power kan uitoefenen.

Als reactie op dit beleid duwt de EU, als opkomende geopolitieke speler, terug met een eigen investerings- en steunprogramma voor strategisch belangrijke landen buiten haar grenzen. Tegelijkertijd streeft ook de EU naar onafhankelijkheid van derde landen, maar het is volgens De Wijk een utopie te denken dat we zelfvoorzienend kunnen worden. Hoe je het ook wendt of keert bij de afzet en aankoop van diensten en goederen blijven we afhankelijk van het buitenland.

Als we naar de toekomst kijken en willen weten hoe de wereld er in 2050 gaat zien zullen we ons moeten afvragen hoe we tegen die tijd onze boterham willen verdienen. Daarvoor moeten we een visie formuleren zonder rekening te houden met bestaande regels, CO2 en aantal koeien of omvang van de agrofood sector, maar wel met het bieden van perspectief. Wel moeten we rekening houden met de oplopende spanningen en blokvorming in de wereld en we moeten inzetten op innovatie en het bewaken daarvan. Voor Nederland is de agrarische sector zo belangrijk dat het moet zorgen dat ze invloed krijgt op het te voeren EU en nationaal beleid. De Wijk zegt dan ook: “Claim een voortrekkersrol en doe intussen niets in de uitverkoop door bedrijven sluiten of activiteiten te stoppen. We moeten streven naar het maximaal haalbare en ons realiseren dat Rusland en China een totaal andere visie op milieu en klimaatsverandering hebben dan wij. Als het met zero emissie kan ,doe dat dan. Het formuleren van die toekomstvisie vraagt om kennis en helaas ontbreekt die kennis veelal bij de politiek en overheidsorganen. Daardoor werden de laatste tijd vaak besluiten genomen zonder daarvan de samenhang met en uitwerking op andere aspecten, zoals milieu en dierwelzijn, van de agro-food sector te kennen. Daarom moet de sector zelf met een stevige visie komen en daarbij van buiten naar binnen kijken.”

Zelfvoorziening is een utopie

Dat de drang naar zelfvoorziening een utopie is wordt mede onderschreven door de tweede spreker van de middag:  Nan-Dirk Mulder, Senior Global Specialist Animal Protein bij de Rabobank. Hij benadrukt dat dit in principe voor elk land geldt. Zeker als we bedenken dat er in 2050 50% meer voedsel nodig is en op weg daar naar toe er steeds minder landbouwgrond voor de productie van voedsel beschikbaar zal zijn. Het voedsel vraagstuk is volgens zowel Mulder als De Wijk uiterst belangrijk. Het verhoogt de druk op de productiemiddelen en is in potentie een basis voor international conflicten. Bij het zoeken naar oplossingen staat vrede en duurzaamheid voorop. Wetende dat we in Nederland voorop lopen in duurzaamheid en efficiency zullen wij het voortouw moeten nemen bij het ontwikkelen van een toekomstvisie voor deze sector.

Covid-19 heeft een grote impact op de pluimveehouderij gehad, door het sluiten van markten, verstoring van de aanvoer van grondstoffen verstoring van het aanbod  en afwezigheid van personeel. Inmiddels hersteld de markt zich, maar laat daarbij veranderingen in de afzet zien. China laat mede door de Afrikaanse varkenspest uitbraak  een versnelde groei in de nationale productie van pluimveevlees en eieren zien waardoor importen dalen

De komende tien jaar zullen we volgens Mulder een stijgende vraag ( + 19%) naar dierlijk eiwit mogen verwachten. Vooral de vraag naar pluimveevlees (+25%) en eieren (+22%) zal toenemen. De vraag naar alternatieve eiwit bronnen groeit ook snel maar het aandeel  is nog maar klein (minder dan 0,5%). Daar de vraag naar voedsel verschuift naar regio’s met relatief weinig vruchtbaar land zal de nadruk voor de oplossing van het voedselvraagstuk meer en meer komen te liggen op verhoogde efficiency. Dat veroorzaakt extra druk op de productiemiddelen waarbij duurzaamheid een belangrijke rol gaat spelen.

Toenemende vraag naar pluimveeproducten

Mulder verwacht de wereldwijde groei in de vraag naar pluimveevlees en eieren voor 80% in opkomende markten en 60% in Azië zal plaatsvinden. De focus daarbij is sterk gerelateerd aan de economische ontwikkeling van het betreffende land. In ontwikkelde landen zal de focus vooral liggen op toegevoegde waarde en concepten. Sociale bezorgdheid zal leiden tot meer differentiatie in productiesystemen, waardoor ook kooivrije productie wereldwijd geleidelijk zal groeien. In Europa zien we inmiddels een sterke toename van de vraag naar de langzaam groeiende kip van 8 naar 15-20 procent in 2026. Deze verschuiving naar concepten heeft echter grote schaduwzijden, zoals een hogere kostprijs en een hogere CO2 voetafdruk. Dit kan verschuiving van de standaard productie naar andere landen tot gevolg hebben. Maar, zo voorspelt Mulder, de Europese ’social concerns’ worden internationaal. En met een verschuiving van de productie naar opkomende markten zal ook het productieproces daar versneld moderniseren.

De versnelde modernisering en digitalisering  en on-line voedsel distributie, zal volgens Mulder leiden tot nieuwe manieren om de makten te bedienen. Hierbij zullen sociale issues, zoals milieu en dierwelzijn, leiden tot veel innovaties in de keten. Bovendien krijgen we de komende jaren te maken met een ontwikkeling van global naar local, waarbij de investeringsstromen zullen volgen.

In het licht van de toenemende vraag naar dierlijke eiwitten en het gebrek aan voldoende landbouwgrond is de zoektocht naar het meest efficiënte gebruik van die gronden en gewassen buitengewoon belangrijk. Dr. Bram Bos, Senior Researcher System Innovation bij Wageningen Livestock Research stelde in zijn voordracht dat het vleeskuiken per  kg product tamelijk concurrerend is met eieren en zuivel. Echter als de feed/food competitie om land en grondstoffen moet worden vermeden , dan valt het vleeskuiken, net als het vleesrund af in de optimalisatie en blijven er erg weinig leghennen over. Deze op het oog weinig positieve uitkomst kan evenwel totaal anders uitvallen als factoren zoals klimaatimpact, N- en P-verliezen en bijdrage aan biodiversiteit / landschapsbeheer worden meegewogen, laat staan religieuze en culturele verschillen.

Daarmee blijven er vragen genoeg over om naar antwoorden te zoeken. Dat bleek ook wel in de discussie tijdens de netwerkborrel aansluitend op deze succesvolle bijeenkomst.

DSCF7928

20210707 154020

Volg ons op

Contact


© 2021 Dutch Poultry Centre