Broeden en dieren
Vlees en eieren
Voer en additieven
Gezondheid
Huisvesting
Productverwerking
Dienstverlening

Eindejaarsbijeenkomst 2018: Kringlooplandbouw is de toekomst voor Nederland

De toekomst van de Nederlandse landbouw wordt volgens de Minister van Landbouw bepaald door een betere beheersing van en balans tussen de in- en uitstroom van eiwitten en mineralen én het reduceren van de belasting op het milieu en woonomgeving.  Door kringlooplandbouw te omarmen ziet zij mogelijkheden. Tijdens de eindejaarsbijeenkomst van het DPC werd nader uitleggegeven over die mogelijkheden en ook de onmogelijkheden.

Met de recente presentatie van haar toekomstvisie “Nederland als koploper in kringlooplandbouw” heeft  Minister Schouten van LNV de landbouwsector aan het werk gezet. Ze wil er een beweging mee op gang brengen die er voor zorgt dat alle geledingen van agrarisch Nederland zich bewust wordt van het belang van een voedselproductieproces die een minimale belasting van het milieu vormt. Processen die maximaal gebruik maken van nabij verkrijgbare grondstoffen en een minimum aan reststoffen achter laten. Het DPC nam die uitdaging aan en liet drie inleiders tijdens de jaarlijkse eindejaarsbijeenkomst hun licht laten schijnen op de betekenis van circulaire voedselproductie voor pluimveesector.

Voorzitter Jan Wolleswinkel verwelkomde op donderdag 22 november een vijftigtal leden in De Westerbouwing in Oosterbeek om mee te denken over dit onderwerp. Als eerste inleider trad Mark de Bode op.  Als representant van het Ministerie van LNV zette hij uiteen wat de bedoeling van de minister is en hoe zij dat doel denkt te realiseren. Vooropgesteld, zo benadrukte De Bode, is het de minister te doen om de producenten niet nog meer te belasten, maar er voor te zorgen dat ze een eerlijke prijs voor hun producten krijgen. Het ministerie zal de noodzakelijke veranderingen voor zover mogelijk regisseren en faciliteren. Via gesprekken met belanghebbenden zal een plan van aanpak voor de realisatie van kringlooplandbouw moeten worden geformuleerd. Dat plan moet concrete doelen op specifieke thema’s (bodem, klimaat, mest, dierwelzijn, synergie landbouw en natuur, etc.) bevatten en moet begin 2019 gereed zijn.  De hamvraag hierbij volgens De Bode is: ‘Hoe gaan we de samenwerking in de voedselketen zo organiseren dat we over een aantal jaren trots aan de maatschappij kunnen laten zien dat we de kringloop in praktijk hebben gebracht. En meer nog dat we op een duurzame en emissie arme manier nog steeds lekkere en veilige producten voortbrengen en daarvoor ook de waardering krijgen’.

Brabant is te klein

Jan Buys, de tweede spreker, is in de provincie Brabant al een aantal jaren bezig met het terug dringen van emissie problemen en een visie te ontwikkelen voor het realiseren van circulaire landbouw.  De provincie wil snel naar een landbouw die geen schade toebrengt aan de bodem, de lucht, de natuur en de mens. Buys gaf daarbij aan dat de belangrijkste vraag is of we de landbouw  willen behouden en zo ja, dan moet we heel snel aan het werk en zorgen voor een maatschappelijke waardering. De uitdaging bij de kringlooplandbouw ligt naar zijn mening in het in balans brengen van vraag en aanbod. Buys: “We hebben ons in Brabant goed gerealiseerd dat de provincie een te klein gebied is om de kringloop visie op los te laten, wellicht moeten we ons daarbij richten op Noordwest Europa of een nog groter gebied.” De pluimveehouderij doet het volgens Buys goed op het gebied van dierenwelzijn, CO2-footprint en innovatie, maar heeft nog uitdagingen met betrekking tot fijnstof en geur alsook de afhankelijkheid van soja importen en de circulariteit ten aanzien van mest.

Lekken verhinderen circulariteit

Bij de voornoemde uitdagingen kan Theun Vellinga van Wageningen Universiteit en Research, de derde spreker, zich wel aansluiten. In Europees verband zal volgens hem meer moeten worden gedaan om minder afhankelijk te worden van de import van eiwitbronnen door meer zelf te gaan produceren. Dat kan door meer braakliggend land te benutten, de productiviteit van eiwithoudende gewassen te verbeteren, reststromen zoals diermeel en swill toe te laten, en de inzet van synthetische aminozuren en algen en zeewieren te vergroten.

 Hij plaatst echter nog al wat kanttekeningen bij de agrarische kringloop gedachte omdat de consumenten stromen niet meedoen en daarmee een lek in het systeem veroorzaken.  De in- en uitstroom van eiwitten en mineralen voor de landbouw  is redelijk te controleren, maar zodra de uitstroom in de consumentenstroom over gaat is er weinig zicht op waar die eiwitten en mineralen vervolgens naar toe gaan en of (en in welke mate) die terugvloeien in de kringloop. Daarmee, zo stelde Vellinga, kan de landbouw nimmer circulair zijn.

Willen we toch vooruitgang boeken op het gebied van circulariteit dan, zo benadrukt hij, zullen we met zijn allen de kringloop in omgekeerde volgorde moeten gaan benaderen. Met dat achteruit denken krijgen de leveranciers de opdracht om eisen te stellen aan de circulariteit en footprint van de aan hen geleverde grondstoffen. Pas dan kunnen veehouders via hun inkoopvoorwaarden de stikstof en fosfor benutting optimaliseren.

De inleidingen gaven voldoende stof tot discussie en zoals Jan Wolleswinkel in zijn bedank en slotwoord zei: “Voldoende stof tot nadenken en er is veel werk aan de winkel.”  De eindejaarsbijeenkomst werd afgesloten met een gezellige nakout  en een uitnodiging voor de Nieuwjaarsborrel op woensdag 9 januari in Boerderij Mereveld in Utrecht.

 

Volg ons op

Contact


© 2021 Dutch Poultry Centre