Terug naar hoofdinhoud

RaboResearch:Vooruitzichten pluimveesector 2026: gunstig, maar onzekerheid neemt toe

Volgens RaboResearch blijven de vooruitzichten voor de markt voor pluimveevlees in de tweede helft van 2026 overwegend gunstig. De vraag naar kip in Europa is sterk, maar tegelijkertijd nemen de onzekerheden toe. Belangrijke aandachtspunten zijn de snelle groei van het aanbod in Europa, de onduidelijkheid rond de Braziliaanse export naar de EU en de ontwikkelingen op de voer- en grondstoffenmarkt

Sterke vraag naar kip in Europa

In veel West‑Europese landen groeit de vraag naar kip in supermarkten met circa 3–5% per jaar. Deze stevige vraag helpt om de markt in balans te houden, zeker nu rundvlees duur is en het aanbod daarvan beperkt blijft. Hierdoor verschuift de consumptie verder richting kip.

In Nederland is deze trend minder uitgesproken dan in andere landen. Het aankoopvolume van kip in de supermarkt steeg in de eerste vijf maanden van 2026 met ongeveer 0,4%, onder het Europese gemiddelde. Dat komt vooral door de relatief hoge prijzen van kip in Nederlandse supermarkten, waardoor consumenten vaker voor kleinere verpakkingen kiezen, terwijl de totale bestedingen aan kip juist blijven stijgen.

Daarnaast kopen Nederlandse consumenten meer verse vis en vooral meer eieren, terwijl de aankopen van rood vlees en vleesvervangers juist afnemen. Bewerkte kipproducten, snacks en kant‑en‑klaarmaaltijden blijven populair en laten opnieuw een sterke groei zien, net als diepvriesvis. Deze trend zal naar verwachting aanhouden zolang rundvlees duur blijft en het herstel van de vraag naar varkensvlees achterblijft.

Sterke groei van het Europese aanbod

De productie van pluimvee in Europa is in de eerste maanden van 2026 fors toegenomen. De opzet van vleeskuikens ligt ruim 6% hoger dan vorig jaar, mede als vervanging van koppels die door vogelgriep zijn uitgevallen en als uitbreiding na het krappe productiejaar 2025. De slacht van vleeskuikens nam in het eerste kwartaal van 2026 met bijna 5% toe ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, waarbij meer dan 90% van de groei komt uit Polen, Roemenië, Hongarije, Italië en Spanje.

In Nederland daalde het aantal vleeskuikenslachtingen in de eerste vier maanden met ongeveer 0,7%, vooral door een daling van 7% in januari door de impact van vogelgriep. Tegelijkertijd breiden Roemenië en Hongarije hun productie sterk uit, groeit Polen verder door en nemen ook Spanje en Frankrijk in volume toe.

Voor de rest van 2026 is het belangrijk dat de productiegroei in Europa afremt en in de pas blijft lopen met de vraag. Als de productie te snel blijft groeien, dreigt overaanbod met druk op de prijzen, met name in landen waar de capaciteit hard uitbreidt.

Onzekerheid rond Braziliaanse export naar de EU

Een belangrijk onzeker punt is de toekomst van de Braziliaanse export van pluimvee naar Europa. Sinds 1 mei is het Mercosur‑verdrag operationeel, wat heeft geleid tot een sterke toename van de uitvoer van Brazilië naar de EU. Dit kan echter per 3 september 2026 veranderen.

De EU heeft Brazilië van de lijst met exportwaardige landen gehaald omdat het land volgens de Europese Commissie nog onvoldoende voldoet aan de eisen van de One Health‑strategie. Die vereist een duurzaam, onafhankelijk geregistreerd en gerapporteerd gebruik van antibiotica. Als de import van Braziliaanse kip – evenals rundvlees en eieren – inderdaad zou stoppen, wordt een forse stijging van de prijzen van kipfilet en daarmee van pluimvee in Europa verwacht.

Brazilië werkt inmiddels aan oplossingen om aan de EU‑eisen te voldoen. Per 1 juli is een controle- en registratiesysteem ingevoerd voor producten die uiteindelijk naar de EU worden geëxporteerd. Als dit systeem de Europese Commissie overtuigt, kan de export later dit jaar mogelijk worden hervat, eventueel zonder onderbreking. Lukt dat niet, dan zullen Europese afnemers meer moeten leunen op intra‑EU‑aanbod en op andere derde landen, wat het belang van een zorgvuldig afgestemde productie in Europa nog verder vergroot.

Handelsstromen: stabiele export, recordimporten

De export van onbewerkte kip vanuit Nederland is al geruime tijd relatief stabiel en ligt rond de 300.000 tot 325.000 ton per kwartaal. Duitsland is veruit de belangrijkste afzetmarkt. In het eerste kwartaal van 2026 nam de export naar Duitsland toe, mede doordat vogelgriep daar tijdelijk tot een lager aanbod leidde. Export naar andere bestemmingen, zoals het Verenigd Koninkrijk, bleef stabiel of daalde licht, terwijl de export naar Frankrijk en België nagenoeg gelijk bleef.

De export van bewerkte kip uit Nederland groeide in dezelfde periode met meer dan 10% tot circa 43.000 ton. Deze groei wordt vooral gedreven door een sterke vraag vanuit het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, waar de import van bewerkte kip met meer dan 30% is gestegen.

Aan de importkant bereikte Nederland in het eerste kwartaal een recordhoeveelheid van ongeveer 154.000 ton kip. Dat bestond uit circa 50.000 ton onbewerkte kip (voornamelijk uit andere Europese landen), 50.000 ton gezouten kipfilet van buiten Europa en 54.000 ton bewerkte kip, eveneens grotendeels van buiten de EU. De import van onbewerkte kip uit Polen nam fors toe, terwijl die uit de meeste andere landen juist daalde. De groei van gezouten kipfilet kwam vooral uit Brazilië, terwijl de import uit Thailand afnam. Bij bewerkte kip nam de import uit Thailand en China sterk toe.

Voerprijzen blijven relatief laag, maar blijven gevoelig voor geopolitiek

De voerprijzen zijn de laatste maanden licht gestegen, maar liggen nog steeds op een relatief laag niveau vergeleken met de periode na 2021. De vrees dat de blokkade van de Straat van Hormuz en de stijgende olie- en kunstmestprijzen zouden leiden tot fors hogere agrarische grondstofprijzen is tot nu toe beperkt uitgekomen.

Recordverwachtingen voor de oogst van maïs in Noord‑Amerika en soja in Zuid‑Amerika – in combinatie met redelijke oogstvooruitzichten voor tarwe en maïs in Europa – zorgen voor comfortabele voorraden en slechts beperkte prijsstijgingen. Veel akkerbouwers hadden hun kunstmestprijzen al vastgelegd en hun gewassen ingezaaid toen de spanningen rond Iran opliepen, waardoor de impact van de hogere kunstmestprijzen kleiner bleef.

De termijnprijzen voor maïs en tarwe zijn inmiddels met circa 10–15% gedaald, terwijl soja ongeveer 5% lager noteert. Hoe duurzaam deze prijsdaling is, blijft onzeker en hangt sterk af van het verloop van de vredesonderhandelingen en de vraag of de Straat van Hormuz open blijft voor de scheepvaart. Tegelijkertijd bestaan er nog zorgen over een mogelijk El Niño‑jaar, al staan die momenteel minder centraal door het optimisme rond de heropening van de Straat van Hormuz.

Stikstofbeleid brengt vergunningverlening dichterbij, maar onzekerheid blijft

De nieuwe stikstofplannen van het kabinet richten zich op twee doelen die de afgelopen jaren steeds urgenter zijn geworden: herstel van de natuur en het weer op gang brengen van de vergunningverlening. Hoewel nog veel onduidelijk is, maken de plannen wel duidelijk dat de opgave groot is. 

Voor de pluimveehouderij zijn nog geen exacte emissiedoelen per bedrijf vastgesteld, maar het ligt voor de hand dat sterk wordt gestuurd op maatregelen in de stal en dat extra aandacht uitgaat naar bedrijven in de buurt van kwetsbare natuur. Veel ondernemers zullen daarom nadrukkelijk moeten blijven kijken naar hoe zij hun bedrijfsvoering toekomstbestendig kunnen maken – niet alleen op het gebied van stikstof, maar ook op het vlak van klimaat, water en dierwaardigheid. Dat vraagt om tijd, investeringen en soms ingrijpende keuzes.

Buy‑out‑programma’s voor veehouderijen zijn al ingevoerd, gericht op het verminderen van de veestapel en het vrijmaken van stikstofruimte voor nieuwe natuurprojecten. Voor oudere ondernemers bieden deze regelingen soms de mogelijkheid om eerder uit te stappen, wat de overheid helpt om milieudoelen sneller te realiseren.

Wat betekent dit voor DPC‑leden?

Voor leden en partners van Dutch Poultry Centre, actief in alle schakels van de pluimveeketen, brengt 2026 zowel kansen als risico’s:

  • De structureel sterke vraag naar kip en eieren in Europa ondersteunt investeringen in innovatieve productie, verwerking en hoogwaardige producten.

  • Tegelijkertijd kunnen snelle capaciteitsuitbreiding in delen van de EU en mogelijke verstoringen in Braziliaanse importen de prijsvorming snel veranderen, waardoor risicomanagement en strategische planning belangrijker worden.

  • Relatief lage voerprijzen bieden kostentechnisch lucht, maar blijven sterk afhankelijk van geopolitieke ontwikkelingen en weerinvloeden.

  • Het Nederlandse stikstofbeleid en bredere duurzaamheids-eisen blijven bepalend voor langetermijninvesteringen, vooral voor bedrijven in de buurt van kwetsbare natuurgebieden.

In deze context zijn samenwerking, kennisdeling en innovatie binnen de hele keten – van fokkerij en voer tot huisvesting, verwerking en logistiek – cruciaal om de Europese pluimveesector concurrerend, duurzaam en veerkrachtig te houden.

(Bron: RaboResearch)

Volg ons op

Contact

Dutch Poultry Centre
Landjuweel 15
3905 PG  Veenendaal
The Netherlands


Kamer van Koophandel 08132038


© 2025 Dutch Poultry Centre